ECLI:NL:RVS:2019:2869

Raad van State

Datum uitspraak
23 augustus 2019
Publicatiedatum
26 augustus 2019
Zaaknummer
201810239/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming vertrouwelijke huurbedragen in hoger beroep bestuursrecht

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Een derde-belanghebbende heeft verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennisneemt van de in huurovereenkomsten vermelde huurprijzen, omdat deze bedrijfsgegevens vertrouwelijk zijn en openbaarmaking concurrentienadeel kan veroorzaken.

De Afdeling heeft dit verzoek getoetst aan artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij een belangenafweging plaatsvond tussen het belang van partijen en de rechter om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van vertrouwelijke gegevens.

De Afdeling oordeelde dat de huurprijzen vertrouwelijke bedrijfsgegevens zijn en dat openbaarmaking onevenredige benadeling van de derde-belanghebbende en bevoordeling van appellant kan veroorzaken. Bovendien zijn de huurprijzen niet relevant voor de inhoudelijke beoordeling van de bodemzaak.

Daarom werd het verzoek tot beperkte kennisneming toegewezen, zodat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennisneemt van de vertrouwelijke bedragen, ter bescherming van het bedrijfsbelang van de derde-belanghebbende.

Uitkomst: Verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke huurbedragen wordt toegewezen.

Uitspraak

201810239/2/A3.
Datum beslissing: 23 augustus 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd te [plaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 november 2018 in zaken nrs. 18/325, 18/330, 18/661 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo.
Procesverloop
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 november 2018 in zaken nrs. 18/325, 18/330, 18/661.
[belanghebbende], derde-belanghebbende, heeft op verzoek van de Afdeling een aantal gedingstukken overgelegd. [belanghebbende] heeft daarbij medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van de hierin vermelde bedragen.
Het betreft vijf huurovereenkomsten voor bedrijfsruimten aan de Meerweg en Mecuriusweg te Tynaarlo. In de huurovereenkomsten is onder meer vermeld tegen welk bedrag de betreffende bedrijfsruimte aan de huurder wordt verhuurd.
Overwegingen
1.    [belanghebbende] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van in de huurovereenkomsten vermelde bedragen kennis zal nemen. Ter motivering van het verzoek heeft [belanghebbende] aangevoerd dat de door hem verhuurde bedrijfsruimten zich bevinden op een relatief klein industrieterrein waar [persoon] ook bedrijfsruimten verhuurt. Hij acht het onwenselijk dat zijn concurrent over de huurprijzen beschikt.
2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.    De Afdeling merkt de in de huurovereenkomsten vermelde bedragen aan als vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Zij acht aannemelijk dat bekendmaking van deze bedragen aan de andere partijen kan leiden tot onevenredige benadeling van [belanghebbende] en onevenredige bevoordeling van [appellante].
4.    Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van voorkoming van deze onevenredige benadeling of bevoordeling in dit geval zwaarder dan het belang dat [appellante] en het college kennis nemen van de huurprijzen. Daar komt bij dat de in de huurovereenkomsten vermelde bedragen op zichzelf niet relevant zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de bodemzaak.
5.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, mr. A.W.M. Bijloos en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.
w.g. Daalder    w.g. Ley-Nell
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2019