ECLI:NL:RVS:2019:2877
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tot verwijdering illegale bouwwerken te Goirle
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, thans gemeente Goirle, heeft een last tot bestuursdwang opgelegd om acht illegale bouwwerken en overtollige verharding op een perceel te verwijderen. Deze bouwwerken zijn zonder omgevingsvergunning gebouwd en in strijd met het bestemmingsplan, omdat zij niet ten dienste staan van de agrarische bestemming.
[Appellant], rechtsopvolger van de oorspronkelijke partij, heeft bezwaar gemaakt tegen het handhavingsbesluit en stelde dat het college had moeten afzien van handhaving vanwege een gerechtvaardigd vertrouwen dat niet zou worden opgetreden. Dit vertrouwen zou zijn gewekt door toezeggingen van wethouders in 1998 en 1999. De rechtbank en de Raad van State oordeelden echter dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat een dergelijke toezegging is gedaan door een bevoegd bestuursorgaan.
Daarnaast voerde appellant aan dat de Handhavingsnota 2004 een gedogen van de illegale situatie rechtvaardigt, omdat aan de criteria, waaronder het zesde criterium over kennis van de situatie door het college, is voldaan. De Raad van State stelt vast dat het college al sinds 2000 op de hoogte was van de illegale bouwwerken en dat daarmee het zesde criterium objectief is vervuld. Echter, dit betekent niet dat het college verplicht is te gedogen. Gelet op eerdere communicatie en het vastgestelde bestemmingsplan is duidelijk dat handhaving niet is uitgesloten.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en wijst het hoger beroep ongegrond.