ECLI:NL:RVS:2019:2913
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- F.D. van Heijningen
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toegangsbeperkingen Natura 2000-gebieden voor burgerluchtvaart ter bescherming natuur
Bij besluiten van 11 november 2016 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken beperkingen gesteld aan de toegang tot zes Natura 2000-gebieden voor burgerluchtvaart op 1.000 voet of lager, met het doel de instandhoudingsdoelstellingen voor diverse vogelsoorten te beschermen. AOPA en KNVvL stelden dat deze besluiten onrechtmatig zijn vanwege onder meer onbevoegdheid, gebrekkige belangenafweging, strijd met de SERA-verordening, onvoldoende noodzaak, en onduidelijke kenbaarheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd is op grond van artikel 2.5 van de Wet natuurbescherming om deze beperkingen op te leggen, zonder doorkruising van de bevoegdheden van de ministers van Infrastructuur en Defensie. De belangen van de kleine- en recreatieve luchtvaart zijn betrokken en afgewogen, en de SERA-verordening sluit strengere natuurbeschermingsnormen niet uit.
De noodzaak van de maatregelen is onderbouwd met literatuuronderzoek waaruit blijkt dat laagvliegen verstorend is voor vogels, en het voorzorgsbeginsel is toegepast. Het feit dat piloten vrijwillig de gedragscode naleven, maakt de maatregelen niet overbodig. Uitzonderingen voor scherm- en zeilvliegen zijn niet vereist omdat deze sporten niet in de gebieden voorkomen. De kenbaarheid van de besluiten voldoet aan wettelijke eisen.
Gelet op deze overwegingen is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.