Uitspraak
Datum uitspraak: 28 augustus 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Bij besluit van 23 oktober 2017 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan "Spijkereiland en Blauwpolderkade" vast, gericht op het reguleren van verblijfsrecreatieve onderkomens en het tegengaan van permanente bewoning. Diverse appellanten, bewoners en eigenaren van percelen binnen het plangebied, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege beperkingen in gebruiksmogelijkheden, strijd met het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en bezwaren tegen bebouwingsregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het plan aan de hand van de beleidsruimte van de raad en de redelijkheid van het plan in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de situaties niet gelijk waren, mede door eerdere bestemmingsplannen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de toezeggingen van het college niet aan de raad konden worden toegerekend, die exclusief bevoegd is tot vaststelling.
Verder oordeelde de Afdeling dat de beperking van de bebouwde oppervlakte tot 90 m² voor verblijfsrecreatieve onderkomens niet onredelijk was en dat de raad geen doorslaggevend gewicht hoefde toe te kennen aan financiële belangen van appellanten. Ook werd het beroep van een appellant die maatwerk vroeg voor bestaande bebouwing afgewezen, omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor persoonsgebonden overgangsrecht. De beroepen werden derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Spijkereiland en Blauwpolderkade worden ongegrond verklaard.