ECLI:NL:RVS:2019:2966
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming stukken in hoger beroep vreemdelingenzaak vanwege bescherming bronnen en onderzoeksmethoden
In deze bestuursrechtelijke zaak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stond de vraag centraal of bepaalde stukken, waaronder een memorandum en een onderzoeksverslag, uitsluitend door de Afdeling mochten worden ingezien. De stukken betroffen een individueel ambtsbericht van de vreemdeling en waren door de minister van Buitenlandse Zaken overgelegd met een verzoek om beperkte kennisneming op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van de vreemdeling om de stukken in te zien werd afgezet tegen het algemeen belang en het belang van derden bij bescherming van de geraadpleegde bronnen en gebruikte onderzoeksmethoden. De Afdeling oordeelde dat het beschermen van deze bronnen en methoden zwaarder woog dan het belang van de vreemdeling bij inzage.
De Afdeling wees het verzoek van de minister toe en bepaalde dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de stukken. Dit voorkomt dat kennisneming door partijen kan leiden tot belemmering van lopende en toekomstige onderzoeken en mogelijke verbetering van documentvervalsingen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2019.
Uitkomst: Het verzoek van de minister van Buitenlandse Zaken om alleen de Afdeling kennis te laten nemen van bepaalde stukken is toegewezen.