ECLI:NL:RVS:2019:2967
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 20 juni 2019 is aan de vreemdeling een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd met ingang van 21 juni 2019. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 augustus 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tegen een vrijheidsbeperkende maatregel geen hoger beroep openstaat. De uitzondering dat hoger beroep mogelijk is indien er geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden, is in deze zaak niet van toepassing.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens wordt bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij op 29 augustus 2019.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.