ECLI:NL:RVS:2019:2977
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 25 juni 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, kende de vreemdeling schadevergoeding toe en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van proceskosten. Echter, de rechtbank verzuimde de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de kosten voor het verschijnen ter zitting.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het uitgangspunt is dat wanneer een beroep gegrond wordt verklaard, het verwerende bestuursorgaan ook de kosten voor het verschijnen ter zitting moet vergoeden. De rechtbank had ten onrechte hiervan afgeweken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van het vonnis waarin de proceskosten voor het verschijnen ter zitting niet werden toegewezen en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van deze kosten ter hoogte van €1.024,00. Hiermee werd de belangenbehartiging van de vreemdeling volledig erkend en financieel gecompenseerd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank voor het niet vergoeden van proceskosten voor verschijnen ter zitting en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €1.024,00.