ECLI:NL:RVS:2019:299
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ondeugdelijke motivering onttrekkingsrisico
De vreemdeling werd op 27 november 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op overdracht aan Italië. De staatssecretaris baseerde de maatregel op vermeende onjuiste gegevens over identiteit en reis, een overdrachtsbesluit met noodzaak tot onmiddellijke overdracht, het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de motivering van het onttrekkingsrisico onvoldoende was. De staatssecretaris had niet toegelicht waarom uit de vermeende onjuiste gegevens een risico op onttrekking volgt en de noodzaak tot onmiddellijke overdracht was feitelijk onjuist omdat de overdrachtstermijn pas in juli 2019 eindigt.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van de uitspraak wordt opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €5.305 toegekend en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.536.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ondeugdelijke motivering van het onttrekkingsrisico en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.