ECLI:NL:RVS:2019:2990
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 5 juli 2019 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 7 augustus 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling niet tot een inhoudelijke beoordeling kon overgaan.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 3 september 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke onderbouwing.