ECLI:NL:RVS:2019:3011
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang tot verwijdering woonwagen zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal heeft op 11 september 2017 een last onder bestuursdwang opgelegd om een woonwagen zonder omgevingsvergunning te verwijderen. Deze woonwagen stond op een perceel met bestemming 'Woonwagenerf' en was in strijd met het bestemmingsplan geplaatst. Het college verklaarde het bezwaar van de bewoners ongegrond en de rechtbank Gelderland bevestigde dit besluit op 23 november 2018, met verlenging van de begunstigingstermijn tot 1 april 2019.
De bewoners stelden in hoger beroep dat het college niet handhavend had mogen optreden vanwege het ontbreken van woonruimtevoorzieningen, het fair play-beginsel, onevenredigheid van het handhavend optreden, strijd met het gelijkheidsbeginsel en een beroep op het vertrouwensbeginsel. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving omdat de woonwagen zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan was geplaatst. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden, en de stellingen over toezeggingen en gelijke behandeling waren onvoldoende onderbouwd.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing onderstreept het belang van handhaving bij overtreding van bestemmingsplannen en de noodzaak van concrete onderbouwing bij het betwisten van bestuursdwangbesluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tot verwijdering van de woonwagen wordt bevestigd.