ECLI:NL:RVS:2019:3026
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- E. Helder
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Landelijk gebied Noord voor westelijk bouwvlak perceel
De raad van de gemeente Stichtse Vecht stelde op 2 december 2015 het bestemmingsplan "Landelijk gebied Noord" vast. Na tussenuitspraak van 4 oktober 2017 werd de raad opgedragen gebreken in het besluit te herstellen, wat leidde tot een wijziging op 6 maart 2018. Ook deze wijziging bevatte gebreken, waarop de Afdeling bestuursrechtspraak bij tussenuitspraak van 31 oktober 2018 opnieuw herstel eiste.
De raad wijzigde het plan opnieuw op 2 april 2019. De beroepen van appellanten tegen de besluiten van 2 december 2015 en 6 maart 2018 werden gegrond verklaard voor zover het westelijk bouwvlak van het perceel betroffen, omdat deze besluiten in strijd waren met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beroepen tegen het besluit van 2 april 2019 werden ongegrond verklaard, aangezien appellanten geen zienswijze hadden ingediend tegen deze wijziging.
De Afdeling bestuursrechtspraak veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten aan appellanten en tot vergoeding van griffierechten. Hiermee is het geschil over het bestemmingsplan voor het betreffende bouwvlak beslecht.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten van 2 december 2015 en 6 maart 2018 worden gegrond verklaard en deze besluiten vernietigd voor het westelijk bouwvlak; het beroep tegen het besluit van 2 april 2019 wordt ongegrond verklaard.