ECLI:NL:RVS:2019:303
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 september 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 16 juli 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 27 december 2018 gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit binnen zes weken.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het nieuwe besluit al genomen zou worden voordat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zal blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening toe. Dit betekent dat de staatssecretaris niet verplicht is om het nieuwe besluit te nemen voordat het hoger beroep is afgerond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.