ECLI:NL:RVS:2019:3045
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen gedoogbrief verblijf stadsnomaden in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stuurde op 20 juni 2017 een brief aan personen die verblijven op een perceel te Amsterdam, ook wel 'stadsnomaden' genoemd, waarin werd medegedeeld dat bij naleving van bepaalde voorwaarden tot 31 maart 2018 niet handhavend zou worden opgetreden. Appellanten, die op het perceel verblijven, maakten bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de brief wel een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat het rechten en plichten schept. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een gedoogbeslissing geen besluit is in de zin van de Awb, omdat het niet gericht is op rechtsgevolg maar een toezegging betreft om niet handhavend op te treden. De rechtbank had dan ook terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Verder stelden appellanten dat de rechtbank ten onrechte hun verzoek om schadevergoeding had afgewezen. De Afdeling oordeelde dat geen sprake was van een onrechtmatig besluit of onrechtmatige handeling en dat het college het verblijf gedurende de bezwaarprocedure gedoogde. Ook was geen reden voor vergoeding van proceskosten, omdat het bestreden besluit niet werd vernietigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.