ECLI:NL:RVS:2019:3064
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf
Bij besluit van 17 juli 2017 wees de staatssecretaris een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen tien weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak bepaalde dat de staatssecretaris niet verplicht is om het nieuwe besluit te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.
Deze uitspraak voorkomt dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen terwijl het hoger beroep nog loopt, waardoor rechtszekerheid en een ordentelijke procedure worden gewaarborgd.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.