ECLI:NL:RVS:2019:3064

Raad van State

Datum uitspraak
5 september 2019
Publicatiedatum
5 september 2019
Zaaknummer
201906238/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G.M.H. Hoogvliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf

Bij besluit van 17 juli 2017 wees de staatssecretaris een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen tien weken een nieuw besluit moest nemen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak bepaalde dat de staatssecretaris niet verplicht is om het nieuwe besluit te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.

Deze uitspraak voorkomt dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen terwijl het hoger beroep nog loopt, waardoor rechtszekerheid en een ordentelijke procedure worden gewaarborgd.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

201906238/2/V1.
Datum uitspraak: 5 september 2019
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 24 juli 2019 in zaak nr. 19/833 in het geding tussen:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 17 juli 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 7 januari 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 24 juli 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen tien weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdelingen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen nieuw besluit op het gemaakte bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. G.M.H. Hoogvliet, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Hoogvliet    w.g. Schuurman voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2019
282-887.