ECLI:NL:RVS:2019:3067
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 14 mei 2018 besloten om aanvragen van vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af te wijzen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 3 januari 2019 ongegrond werd verklaard. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 juli 2019 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening, waarmee hij wilde voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank zou worden uitgevoerd totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen. De uitspraak van de rechtbank verplicht de staatssecretaris niet om de mvv's te verlenen, waardoor uitvoering geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook vergt uitvoering geen onevenredige inspanning. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden, mede omdat de proceskosten in een samenhangende zaak worden vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat uitvoering van de uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft.