ECLI:NL:RVS:2019:3077
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming zienswijzen in hoger beroep Wob-verzoek
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister overhandigde twee zienswijzen van een derde-belanghebbende en verzocht op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis zou mogen nemen van deze stukken.
De Afdeling overwoog dat deze zienswijzen niet onder het Wob-verzoek van appellant vallen en dat het belang van een zorgvuldige en juiste afdoening van de zaak moet worden afgewogen tegen het belang van bescherming van het algemeen belang en derden. Omdat de vraag of het achterwege laten van volledige inzage terecht is onderwerp is van de bodemprocedure, zou verstrekking van deze informatie tijdens de procedure vooruitlopen op het oordeel van de Afdeling.
Daarom achtte de Afdeling het verzoek tot beperking van kennisneming gerechtvaardigd en wees dit toe. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 september 2019.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van de zienswijzen werd toegewezen.