ECLI:NL:RVS:2019:3083
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 7 augustus 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hiertegen heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 23 augustus 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling oordeelde dat zij geen inhoudelijk oordeel kon geven over het hoger beroep en dat de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 10 september 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijke motivering.