ECLI:NL:RVS:2019:3084
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij asielaanvraag
De vreemdelingen hadden bij besluiten van 10 april 2019 hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen zien worden door de staatssecretaris. De rechtbank Den Haag verklaarde hun beroepen tegen deze besluiten op 21 mei 2019 ongegrond. De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De gemachtigde van de vreemdelingen voerde aan dat het hoger beroep tijdig was ingesteld omdat zij geen notificatiebericht had ontvangen van de plaatsing van de uitspraak in het digitale systeem 'Mijn Rechtspraak'.
De rechtbank had echter vastgesteld dat de uitspraak op 21 mei 2019 in Mijn Rechtspraak was geplaatst en dat op dezelfde dag een notificatie was verzonden naar de gemachtigde, zonder dat er relevante storingen waren. De door de gemachtigde overgelegde e-mailoverzichten konden niet overtuigend aantonen dat de notificatie niet was ontvangen.
De Raad van State concludeerde dat de termijn voor het instellen van hoger beroep op 28 mei 2019 was geëindigd en dat het hoger beroep te laat was ingediend. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.