Uitspraak
Datum uitspraak: 11 september 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen stelde bij besluit van 9 januari 2018 hogere waarden vast voor geluidbelasting vanwege industrieterrein Eerbeek-Zuid. Tegen dit besluit en het op 15 maart 2018 vastgestelde bestemmingsplan Eerbeek werd beroep ingesteld door meerdere appellanten en belanghebbenden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat een aantal beroepsgronden gegrond zijn, waaronder de strijd met artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 2.8, derde lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit betreft onder meer het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" voor het Burgersterrein en het terrein van Mayr Melnhof, alsmede diverse bestemmingswijzigingen en functieaanduidingen die onvoldoende zijn gemotiveerd of strijdig zijn met het recht.
De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar alternatieve locaties voor het logistiek centrum op het Burgersterrein, maar achtte het redelijk dat de raad hiervan afzag gezien de economische en ruimtelijke omstandigheden. Diverse bouw- en gebruiksmogelijkheden werden als te ruim beoordeeld en niet voldoende onderbouwd. Ook werden milieutechnische aspecten, zoals grondwateronttrekking en geluidhinder, onvoldoende gewaarborgd.
De Afdeling besloot om de bestreden delen van het bestemmingsplan te vernietigen en bepaalde voorlopige voorzieningen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Tevens werden diverse beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of niet tijdig ingebrachte zienswijzen. De Afdeling zag geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien vanwege de omvang en complexiteit van het plan.
Uitkomst: Delen van het bestemmingsplan Eerbeek worden vernietigd wegens strijd met de Awb en Wnb; voorlopige voorzieningen worden getroffen voor Burgersterrein, terrein Mayr Melnhof en perceel [locatie 3].