ECLI:NL:RVS:2019:3140
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft en om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen. De staatssecretaris wees deze aanvragen af en verklaarde bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en de beroepen tegen de latere besluiten ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, maar dit hogerberoepschrift was uitsluitend gericht tegen de besluiten II en III, waarvoor een kortere termijn geldt. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet tijdig was ingediend, omdat de termijn van één week na verzending van het vonnis was overschreden.
De vreemdeling gaf geen redenen voor de termijnoverschrijding aan. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees de verzoeken om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.