ECLI:NL:RVS:2019:3177
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kostenverhaal bestuursdwang ontmanteling hennepkwekerij in Rotterdam
In deze zaak betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de kostenverhaal van bestuursdwang bij ontmanteling van een hennepkwekerij in een gehuurde woning te Rotterdam. Het college had op 17 augustus 2017 de kosten van €1.320,20 vastgesteld en verhaald op de huurder, bestaande uit €1.148,00 voor ontmanteling en €172,20 voor beheerskosten.
De appellant voerde aan dat het forfaitaire bedrag niet redelijk was, omdat het niet in verhouding zou staan tot de omvang van de kwekerij en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom dit bedrag redelijk was. Ook stelde zij dat beheerskosten niet verhaald mochten worden omdat deze kosten ook zonder bestuursdwang zouden zijn gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het forfaitaire bedrag van €1.148,00, gebaseerd op een overeenkomst tussen de gemeente en de Dienst Domeinen Roerende Zaken, in het algemeen redelijk is en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit bedrag te hoog was. Ook was het college gerechtigd de beheerskosten te verhalen omdat deze direct samenhingen met de bestuursdwang en de ambtenaren gedurende die werkzaamheden niet elders konden worden ingezet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de kostenverhaal van €1.320,20 is bevestigd.