ECLI:NL:RVS:2019:3181
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderopvangtoeslag 2015 toegewezen na vernietiging eerdere afwijzing
Appellante verzocht om herziening van de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2014 en nihilstelling van voorschotten over 2015 en 2016, welke verzoeken door de Belastingdienst/Toeslagen werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep is het geschil beperkt tot de periode januari 2015 tot en met februari 2016.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellante heeft aangetoond dat zij in 2015 en 2016 meer dan 1225 uren heeft gewerkt in haar eenmanszaak, hetgeen van belang is voor de hoogte van de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen baseerde zich op een nieuwe aanslag inkomstenbelasting waarin 1225 uren werd aangenomen.
De Afdeling oordeelt dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd van meer dan 1225 gewerkte uren, omdat de door haar overgelegde urenoverzichten niet ondersteund worden door objectief verifieerbare bewijsstukken. Bankafschriften en belastingaangiften bieden geen uitsluitsel over het aantal uren. Wel acht de Afdeling het standpunt van de Belastingdienst ten aanzien van 2015 onjuist, zodat het besluit over dat jaar vernietigd wordt en een nieuw besluit moet worden genomen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst over 2015, en gelast vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen over 2015 wordt vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen.