ECLI:NL:RVS:2019:3190
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P.M. van Ravels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens voorzienbaarheid nadeel Rijksinpassingsplan Waterberging Volkerak-Zoommeer
Appellante vorderde vergoeding van meerkosten voor drijvende steigers in haar jachthaven, veroorzaakt door het Rijksinpassingsplan Waterberging Volkerak-Zoommeer dat het waterpeil kan doen stijgen. De minister wees het verzoek af wegens voorzienbaarheid van het nadeel.
De rechtbank oordeelde dat de investeringsbeslissing vóór 1 juni 2005 was genomen en verklaarde het beroep van appellante gegrond. De minister stelde hoger beroep in, stellende dat de investeringsbeslissing pas na 2015 genomen kon zijn, toen de planologische wijziging mogelijk werd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de voorzienbaarheid van het nadeel moet worden beoordeeld op het moment dat de exploitatie planologisch mogelijk werd, namelijk na het bestemmingsplan van 2015. De investeringsbeslissing lag daarom na de peildatum van 1 juni 2005, waardoor appellante het nadeel heeft aanvaard.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vernietigde het besluit van 1 oktober 2018. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de minister heeft de aanvraag om schadevergoeding terecht afgewezen.