ECLI:NL:RVS:2019:3202
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen niet tijdig bekendmaken van omgevingsvergunning
Appellante stelde beroep in tegen het niet tijdig bekend maken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor haar perceel in Almere, waarop een bedrijfspand door brand was verwoest.
Zij had op 5 maart 2018 een brief gestuurd met het verzoek om planologische medewerking en een omgevingsvergunning voor detailhandel op maximaal 1.500 m2 VVO, maar de rechtbank oordeelde dat deze brief geen aanvraag was. Appellante voerde aan dat de brief wel voldeed aan de eisen voor een aanvraag, met concrete locatie, tekening en omschrijving.
De Afdeling overwoog dat een aanvraag duidelijk en ondubbelzinnig moet zijn en dat het ontbreken van een gebouw met verkoopvloeroppervlak op het perceel de aanvraag onvoldoende concreet maakt. Ook het feit dat de brief via het Omgevingsloket online dezelfde informatie zou bevatten, maakt dit niet anders.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college niet hoefde af te leiden dat de brief een aanvraag was, ondanks dat het college de brief als verzoek om vooroverleg had aangemerkt en dat een brief van 24 april 2018 niet duidelijk maakte dat een besluit werd verlangd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de brief geen aanvraag om een omgevingsvergunning is en verklaart het hoger beroep ongegrond.