ECLI:NL:RVS:2019:321
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsomoplegging wegens wonen in bedrijfsruimte in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Almere legde appellant een last onder dwangsom op wegens het wonen in een bedrijfsruimte, wat in strijd is met het bestemmingsplan "Almere Poort". Appellant voerde aan dat er geen sprake was van bewoning, maar slechts van incidenteel gebruik van de bovenverdieping door personeel en zichzelf. De rechtbank oordeelde echter dat op basis van controles en foto’s sprake was van bewoning in strijd met het bestemmingsplan en stelde de dwangsom vast op €5.000 per overtreding.
Appellant betoogde dat de dwangsom buitenproportioneel was en dat de hoogte ervan rekening moest houden met zijn draagkracht. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de dwangsom een prikkel moet zijn om naleving af te dwingen en dat een op draagkracht gebaseerde dwangsom niet effectief zou zijn. De hoogte van de dwangsom stond in redelijke verhouding tot het geschonden belang.
Daarnaast werd het beroep tegen het invorderingsbesluit van €5.000 ongegrond verklaard, omdat de overtreding gegrond was vastgesteld. De Afdeling bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep tegen het invorderingsbesluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de dwangsomoplegging en het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.