ECLI:NL:RVS:2019:3217
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering toegang tot informatie in hoger beroep tegen weigering beveiligingsmedewerkerstoestemming
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de commandant van de Koninklijke Marechaussee om toestemming te verlenen als beveiligingsmedewerker op Schiphol te werken. De commandant baseerde zijn weigering op eerdere gedragingen van appellant, waaronder winkeldiefstal in 2011 en het niet tonen van een identiteitsbewijs in 2014 en 2017, alsmede het niet opvolgen van een schriftelijke waarschuwing uit 2015.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld of de weigering om bepaalde stukken volledig aan appellant te verstrekken, gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij is een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant om alle relevante informatie te ontvangen en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van derden.
De Afdeling concludeert dat voor de stukken over de winkeldiefstal en het niet tonen van een identiteitsbewijs geen gewichtige redenen bestaan om kennisneming te beperken, behalve voor persoonsgegevens van derden die de privacy schenden. Voor deze persoonsgegevens is beperking gerechtvaardigd. Voor de schriftelijke waarschuwing uit 2015 is geen beperking gerechtvaardigd omdat deze bij appellant bekend is.
De commandant wordt verzocht de stukken met onleesbaar gemaakte privacygevoelige delen alsnog te verstrekken aan appellant en de Afdeling, zodat het hoger beroep zorgvuldig kan worden behandeld.
Uitkomst: De Afdeling wijst het verzoek tot beperking van kennisneming gedeeltelijk toe en verzoekt de commandant om stukken met onleesbaar gemaakte privacygevoelige delen te verstrekken.