ECLI:NL:RVS:2019:3226
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 9 augustus 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 28 augustus 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de behandeling bleek dat het hoger beroep niet was gemotiveerd; de vreemdeling gaf geen redenen waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat zonder inhoudelijke motivering geen beoordeling van het hoger beroep mogelijk is en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de staatssecretaris niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.