ECLI:NL:RVS:2019:3239
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing in zaak machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 november 2016 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 9 mei 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met opdracht tot heroverweging.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, mede op basis van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:1171) die de rechtsvraag in de grief beantwoordde.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug omdat de rechtbank niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van andere beroepsgronden dan die welke verband hield met de grief. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.