ECLI:NL:RVS:2019:3241
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 januari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 20 juni 2019 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevatte geen relevante vragen voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 25 september 2019.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond.