ECLI:NL:RVS:2019:3294
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigde besluiten verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 8 juli 2019 besluiten genomen waarbij aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling werden genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze besluiten op 20 augustus 2019 gegrond, vernietigde ze en beval dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de overwegingen.
Tegen deze uitspraak stelde de staatssecretaris hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te kennen, waardoor de staatssecretaris geen nieuwe besluiten hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort vanaf de dag na bekendmaking van deze uitspraak en dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 30 september 2019 door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuwe besluiten te nemen totdat het hoger beroep is beslist.