ECLI:NL:RVS:2019:3299
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verklaring vakbekwaamheid psychotherapeut op grond van onvoldoende gelijkwaardigheid buitenlandse opleiding
Appellante, met een Master of Arts in Counseling Psychology behaald in de Verenigde Staten en jarenlange werkervaring, verzocht om een verklaring van vakbekwaamheid als psychotherapeut in Nederland. De minister wees dit verzoek af op advies van de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV), die concludeerde dat de opleiding en ervaring van appellante niet gelijkwaardig zijn aan de Nederlandse opleiding tot psychotherapeut, mede vanwege de kortere studieduur en inhoudelijke verschillen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. Appellante voerde aan dat de CBGV haar documenten onjuist had gewaardeerd en dat haar supervisie-uren en ervaring ruimschoots voldeden aan de Nederlandse eisen. De Raad van State oordeelde echter dat de CBGV een onafhankelijk en deskundig adviesorgaan is, dat zorgvuldig en inzichtelijk tot haar conclusies is gekomen.
De Raad benadrukte dat de Nederlandse opleiding tot psychotherapeut een universitaire vooropleiding en een uitgebreide postmasteropleiding vereist, terwijl appellante's opleiding en licentie in de VS zich richten op counseling, een ander en beperkter domein. De supervisie-uren van appellante kwalificeren niet als supervisiesessies zoals bedoeld in het Nederlandse Besluit psychotherapeut. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een verklaring van vakbekwaamheid als psychotherapeut is afgewezen wegens onvoldoende gelijkwaardigheid met de Nederlandse opleiding.