ECLI:NL:RVS:2019:3306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihil vaststelling kinderopvangtoeslag 2011 wegens niet-naleving kassiersfunctie gastouderbureau
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit de kinderopvangtoeslag over 2011 voor appellante op nihil. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, omdat appellante niet voldeed aan de kassiersfunctie-eis: betalingen moesten via het gastouderbureau lopen.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op toeslag en overlegde een jaaropgave en facturen. De Raad van State oordeelde dat uit de stukken niet blijkt dat betalingen via het gastouderbureau per bank zijn doorgeleid, zoals vereist volgens artikel 1.49, derde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 11 van Pro de Regeling Wkkp.
De kassiersfunctie is bedoeld om misbruik te voorkomen door een controleerbare geldstroom via het gastouderbureau. Omdat deze niet is nageleefd, bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak het nihil-besluit. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de kinderopvangtoeslag over 2011 terecht op nihil is vastgesteld vanwege niet-naleving van de kassiersfunctie.