ECLI:NL:RVS:2019:3310
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging doorhaling inschrijving advocaat specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht
De zaak betreft het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand en de advocaat [appellant sub 2] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de doorhaling van de inschrijving van de advocaat voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht bevestigde, maar de raad veroordeelde tot vergoeding van proceskosten.
De raad had de inschrijving doorgehaald omdat de advocaat in 2016 slechts twee toevoegingen had gekregen terwijl minimaal twintig vereist zijn, en hij geen bewijs van opleidingspunten overlegde. De rechtbank oordeelde dat de raad bevoegd was de inschrijving te doorhalen en dat de motivering van het besluit voldoende was, maar kende proceskosten toe aan de advocaat wegens een motiveringsgebrek.
In hoger beroep betoogde de advocaat dat de raad onvoldoende rekening had gehouden met bijzondere omstandigheden en de gevolgen van de doorhaling onevenredig waren. De raad stelde dat de beleidsregels correct waren toegepast en dat intervisie geen vervanging is voor de vereiste toevoegingen en opleiding.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad terecht de inschrijving had doorgehaald en dat de rechtbank ten onrechte proceskosten had toegekend, omdat de advocaat zijn eigen belangen behartigde en geen derde rechtsbijstand had ingeschakeld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de proceskostenveroordeling betreft en bevestigd voor het overige.
Uitkomst: De doorhaling van de inschrijving van de advocaat voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht wordt bevestigd en de proceskostenveroordeling tegen de raad vernietigd.