ECLI:NL:RVS:2019:3314
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. Beek-Gillessen
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Oordeel over handhaving en winningsplan gaswinning put LZG-03 Langezwaag
Vermilion Energy Netherlands B.V. beschikte over een winningsvergunning voor gaswinning uit het voorkomen Langezwaag. Zij nam put LZG-03 in gebruik vóór instemming van de minister met het nader gewijzigde winningsplan waarin deze put was opgenomen. De inspecteur-generaal legde daarom op 10 april 2017 een last onder dwangsom op om de winning via deze put te staken.
Vermilion voerde aan dat het gebruik van put LZG-03 al gedekt werd door een eerder gewijzigd winningsplan en dat de winning binnen de productieduur en het volume bleef, zonder extra bodemdaling of risico. De Afdeling stelde echter vast dat het deel van het voorkomen waaruit via LZG-03 werd gewonnen niet in het eerdere winningsplan was beschreven en dat dit een wezenlijke wijziging betrof die instemming vereiste. De inspecteur-generaal handhaafde terecht op grond van de overtreding van artikel 34 van Pro de Mijnbouwwet.
Vermilion betoogde verder dat er concreet zicht op legalisering bestond en dat de inspecteur-generaal onduidelijk was over de overtreding, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en een bestendige gedragslijn faalden, omdat de situatie en wettelijke context wezenlijk verschilden.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van Vermilion tegen het handhavingsbesluit is ongegrond verklaard.