ECLI:NL:RVS:2019:3315

Raad van State

Datum uitspraak
2 oktober 2019
Publicatiedatum
2 oktober 2019
Zaaknummer
201809272/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake schadevergoeding tegen UWV

Appellant verzocht de rechtbank om het UWV te veroordelen tot schadevergoeding. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd omdat appellant geen schadeoorzaak binnen het bestuursrecht had aangewezen, specifiek niet binnen artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Appellant ging in hoger beroep tegen deze onbevoegdverklaring. De Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht onbevoegd was. De zaak valt buiten het bestuursrechtelijk bereik en dient door de burgerlijke rechter te worden behandeld.

De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 2 oktober 2019 door de enkelvoudige kamer.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

201809272/1/A2.
Datum uitspraak: 2 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 november 2018 in zaak nr. 17/400 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Procesverloop
[appellant] heeft op 16 januari 2017 de rechtbank verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden.
Bij uitspraak van 13 november 2018 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het verzoek van [appellant] om schadevergoeding kennis te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 augustus 2019, waar [appellant] en het Uwv, vertegenwoordigd door P.J. Langius, zijn verschenen.
Overwegingen
1.    Bij zijn verzoek aan de rechtbank om het Uwv te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, heeft [appellant] geen schadeoorzaak aangewezen die valt binnen het bereik van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De door hem ter zitting gegeven toelichting heeft dit bevestigd. Daarom heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard van het verzoek kennis te nemen. Alleen de burgerlijke rechter kan hierover oordelen.
2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier.
w.g. Schueler    w.g. Van Zanten
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019
97-921.