ECLI:NL:RVS:2019:3319
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake schadevergoeding tegen gemeente Smallingerland
Appellant verzocht de rechtbank om het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland te veroordelen tot schadevergoeding. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat appellant geen schadeoorzaak binnen het bestuursrecht had aangewezen, specifiek niet binnen artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze onbevoegdverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht onbevoegd was. De schadevordering valt buiten het bestuursrecht, waardoor alleen de burgerlijke rechter bevoegd is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van B.J. Schueler op 2 oktober 2019.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.