ECLI:NL:RVS:2019:3319

Raad van State

Datum uitspraak
2 oktober 2019
Publicatiedatum
2 oktober 2019
Zaaknummer
201809270/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake schadevergoeding tegen gemeente Smallingerland

Appellant verzocht de rechtbank om het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland te veroordelen tot schadevergoeding. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat appellant geen schadeoorzaak binnen het bestuursrecht had aangewezen, specifiek niet binnen artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Appellant stelde hoger beroep in tegen deze onbevoegdverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht onbevoegd was. De schadevordering valt buiten het bestuursrecht, waardoor alleen de burgerlijke rechter bevoegd is.

De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van B.J. Schueler op 2 oktober 2019.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

201809270/1/A2.
Datum uitspraak: 2 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 november 2018 in zaak nr. 17/447 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland.
Procesverloop
[appellant] heeft op 16 januari 2017 de rechtbank verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden.
Bij uitspraak van 13 november 2018 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het verzoek van [appellant] om schadevergoeding kennis te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 augustus 2019, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
1.    Bij zijn verzoek aan de rechtbank om het college te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, heeft [appellant] geen schadeoorzaak aangewezen die valt binnen het bereik van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De door hem ter zitting gegeven toelichting heeft dit bevestigd. Daarom heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard van het verzoek kennis te nemen. Alleen de burgerlijke rechter kan hierover oordelen.
2.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier.
w.g. Schueler    w.g. Van Zanten
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019
97-921.