ECLI:NL:RVS:2019:3329
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Blaricum Dorp 2018 wegens strijd met motiveringsvereiste
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van appellanten gegrond verklaard tegen het bestemmingsplan Blaricum Dorp 2018 van 6 maart 2018. De Afdeling oordeelde dat de raad van de gemeente Blaricum het besluit heeft genomen in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat geen ruimtelijke afweging is gemaakt bij de bestemming 'Agrarisch' voor het betreffende perceel en onvoldoende rekening is gehouden met een vergunde WBDBO-scheidingswand.
De Afdeling verwijst naar een eerdere tussenuitspraak van 8 mei 2019 waarin de raad was opgedragen de gebreken binnen 20 weken te herstellen. Deze hersteltermijn is echter ongebruikt verstreken, waardoor het gebrek niet is verholpen. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het betreft het plandeel met bestemming 'Agrarisch', functieaanduiding 'bedrijfswoning' en bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dubbele bewoning'.
De raad wordt opgedragen binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de motiveringsvereisten en de eerdere overwegingen. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellanten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij bestemmingsplannen en het naleven van herstelopdrachten van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Blaricum Dorp 2018 wordt vernietigd voor het plandeel met bestemming Agrarisch vanwege strijd met het motiveringsvereiste.