ECLI:NL:RVS:2019:3358
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming stukken in hoger beroep wegens nationale veiligheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft stukken overgelegd die betrekking hebben op een veiligheidsonderzoek door de AIVD naar appellant. De minister verzocht op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb dat alleen de Afdeling kennisneemt van deze stukken, omdat kennisneming door appellant de nationale veiligheid zou schaden.
De Afdeling heeft de stukken bestudeerd en vastgesteld dat deze vertrouwelijke informatie en bronvermeldingen bevatten die bescherming behoeven. De belangenafweging wees uit dat het belang van nationale veiligheid en bronbescherming zwaarder weegt dan het belang van appellant om de stukken in te zien. Bovendien ligt het rapport niet ten grondslag aan het bestreden besluit, zodat appellant zich voldoende kan verweren.
Op grond hiervan heeft de Afdeling het verzoek van de minister tot beperking van kennisneming van de stukken toegewezen en daarmee besloten dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van deze vertrouwelijke informatie.
Uitkomst: Het verzoek van de minister tot beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen.