ECLI:NL:RVS:2019:3383
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhaving tegen haag die oprit belemmert vrachtverkeer
Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen een haag bij zijn perceel in Geleen, omdat deze een obstakel vormt voor toeleveranciers van zijn landbouwbedrijf. Het college wees dit verzoek af, stellende dat de haag geen belemmering vormt voor het normale gebruik van de openbare weg en dat appellant op eigen terrein aanpassingen kan verrichten.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de haag niet op de openbare weg stond en geen hinder of gevaar voor het wegverkeer veroorzaakte. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een onderscheid maakte tussen doorgaand en manoeuvrerend verkeer en dat de haag wel degelijk hinder oplevert.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de haag niet op of boven de weg staat en het vrije uitzicht niet belemmert. De oprit van appellant is geen openbare weg en het manoeuvreren van vrachtwagens vindt deels op de weg plaats. De belemmeringen zijn vooral het gevolg van de smalle oprit en niet van de haag, die al sinds 1999 aanwezig is. Appellant kan de situatie op eigen terrein aanpassen om de belemmering weg te nemen.
Daarom is de haag geen hinderlijke beplanting in de zin van artikel 2:15 van Pro de APV en is het college terecht niet handhavend opgetreden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college niet hoefde handhavend op te treden tegen de haag.