ECLI:NL:RVS:2019:3390
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ligplaatsvergunning voor tweede bedrijfsvaartuig in Amsterdam
Appellant heeft een ligplaatsvergunning aangevraagd voor een tweede bedrijfsvaartuig aan een bestaande steiger in de Hugo de Grootgracht te Amsterdam. Het college wees de aanvraag af op grond van de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob), vanwege belangen van ordening en het beschermen van het woon- en leefklimaat van omwonenden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het begrip 'ordening' in de Vob niet alleen ruimtelijke aspecten omvat, maar ook de wijze waarop ligplaatsen worden verdeeld. Hoewel appellant stelt dat het niet gaat om een nieuwe of vrijgekomen ligplaats, betreft zijn aanvraag wel een nieuwe ligplaatsvergunning voor een tweede bedrijfsvaartuig aan een bestaande steiger. Het college heeft terecht geweigerd vanwege het belang van ordening en het voorkomen van verstoring van de rust en stilte in het Bilderdijkpark.
Verder heeft de Raad geoordeeld dat het college zich op redelijke gronden mocht baseren op de Uitvoeringsvisie ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen, waarin verdere uitbreiding van ligplaatsen in de Hugo de Grootgracht niet wenselijk wordt geacht. De ruimte voor pleziervaartuigen zal door een tweede ligplaats afnemen en de rustige uitstraling van het park zal worden aangetast. Het hoger beroep van appellant faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ligplaatsvergunning wordt bevestigd.