ECLI:NL:RVS:2019:3396
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen mededeling automatische kwijtschelding belastingen
Appellant ontving op 28 februari 2017 een brief van de clustermanager Incasso van de Regionale Belasting Groep waarin werd medegedeeld dat hij vooraf niet in aanmerking kwam voor automatische kwijtschelding van waterschaps- en gemeentelijke belastingen. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd door de clustermanager Productie kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro zou zijn.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de brief inderdaad geen besluit was omdat deze niet gericht was op een rechtsgevolg, en dat appellant nog steeds een verzoek tot kwijtschelding kon indienen. Ook werd geoordeeld dat geen dwangsom verschuldigd was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de brief wel een besluit was en dat de rechtbank ten onrechte geen dwangsom had toegekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de brief geen besluit is omdat deze niet op rechtsgevolg is gericht en slechts een mededeling bevat. De beslissing op bezwaar geldt als appellabel besluit, waardoor de rechtbank bevoegd was. Het betoog van appellant faalt. Ook het dwangsombetog faalt, maar de Afdeling corrigeert de motivering van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.