ECLI:NL:RVS:2019:3397
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijk beroep tegen vaststelling Natura 2000-beheerplan Vecht- en Beneden Reggegebied
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel stelde op 18 juli 2017 het provinciaal Natura 2000-beheerplan 'Vecht- en Beneden Reggegebied' vast. [Appellant], eigenaar en pachter van landbouwgronden nabij de Regge, stelde beroep in tegen delen van het beheerplan die voor hem relevant zijn. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het beroep niet was gericht tegen vergunningvrije onderdelen van het plan, waartegen beroep openstaat.
In hoger beroep betoogt [appellant] dat activiteiten in het kader van het Reggeherstelproject, genoemd in het beheerplan, gevolgen voor hem zullen hebben en vreest hij dat het beheerplan gebruikt wordt om activiteiten zonder vergunning uit te voeren. De Afdeling overweegt dat op grond van artikel 8.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming alleen beroep mogelijk is tegen onderdelen van het beheerplan die vergunningvrij zijn gesteld.
De door [appellant] aangevoerde onderdelen van het beheerplan vallen niet onder deze vergunningvrije categorie. De Afdeling stelt vast dat de bestuursrechter in het kader van het beroep tegen het beheerplan niet bevoegd is om de rechtmatigheid en gevolgen van de genoemde activiteiten te beoordelen. Eventuele bezwaren kunnen worden ingebracht in een vergunnings- of handhavingsprocedure.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.