ECLI:NL:RVS:2019:3428
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit inzake uitzettingsaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 april 2018 een aanvraag van een vreemdeling afgewezen om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na bezwaar en een tussenuitspraak van de rechtbank, waarin de staatssecretaris werd verzocht het besluit nader te motiveren, heeft de rechtbank op 7 augustus 2019 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en dat de belangen van beide partijen in aanmerking genomen, een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de staatssecretaris geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 9 oktober 2019 door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.