ECLI:NL:RVS:2019:3451
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 15 februari 2019 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep had beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is afgerond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.