ECLI:NL:RVS:2019:3461
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling wegens ontbreken beroepsgronden
De vreemdeling, mede handelend voor haar minderjarige kind, stelde beroep in tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid inzake haar verblijfsrecht. Na vernietiging van een eerder besluit en een nieuw besluit waarin rechtmatig verblijf werd vastgesteld, stelde de vreemdeling beroep in tegen dit nieuwe besluit.
De vreemdeling heeft echter nagelaten de gronden van haar beroep te vermelden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft haar hierop gewezen en een termijn gesteld om dit te herstellen. Deze termijn is verstreken zonder dat de vreemdeling alsnog gronden heeft ingediend of redenen heeft aangevoerd voor het niet nakomen van deze verplichting.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een vergoeding van proceskosten aan de staatssecretaris af. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.