ECLI:NL:RVS:2019:3482
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kindgebonden budget na beëindiging kinderbijslag
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kindgebonden budget van appellant voor 2017 herzien naar €4.829,00 omdat uit gegevens van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bleek dat het kind vanaf 28 april 2017 niet meer bij appellant woonde en geen recht meer had op kinderbijslag. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard, en ook de rechtbank wees het beroep af.
Appellant stelde dat de Belastingdienst/Toeslagen niet had voldaan aan de vergewisplicht uit artikel 3:9 Awb Pro omdat de SVB-gegevens niet zorgvuldig waren onderzocht. De Afdeling oordeelde echter dat de SVB niet als adviseur van de Belastingdienst/Toeslagen fungeert in de zin van de Awb, zodat artikel 3:9 niet Pro van toepassing is.
Verder is het recht op kindgebonden budget wettelijk gekoppeld aan het recht op kinderbijslag. De Afdeling bevestigt dat de Belastingdienst/Toeslagen niet bevoegd is af te wijken van de SVB-gegevens. Mocht het recht op kinderbijslag alsnog worden vastgesteld, dan zal het recht op kindgebonden budget opnieuw worden beoordeeld.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.