ECLI:NL:RVS:2019:3489
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Troostwijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving illegale dierenverblijf en bedrijfsactiviteiten in strijd met bestemmingsplan Middelburg
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg heeft [appellant sub 2] gelast het illegale dierenverblijf op zijn perceel te verwijderen en de huisvesting van personen in strijd met het bestemmingsplan te beëindigen. Na vaststelling van overtredingen legde het college dwangsommen op en vorderde deze in. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving tegen het dierenverblijf en de huisvesting, maar vernietigde een dwangsominvordering wegens onvoldoende bewijs van illegale huisvesting. Tevens oordeelde de rechtbank dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen de hoveniersactiviteiten op het perceel.
In hoger beroep betoogde [appellant sub 2] onder meer dat het dierenverblijf omgevingsvergunningvrij mocht worden opgericht en dat handhaving onevenredig was. De Raad van State verwierp deze gronden en bevestigde dat het dierenverblijf zonder vergunning was gebouwd en dat het college bevoegd was op te treden. Het betoog over onevenredigheid werd buiten beschouwing gelaten wegens niet-tijdige indiening. Ook het beroep van omwonenden tegen de bedrijfsactiviteiten werd verworpen, omdat de activiteiten binnen de woonbestemming bleven en kleinschalig waren.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen het vernietigen van de dwangsominvordering wegens illegale huisvesting. De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had aangetoond dat op het moment van controle illegale huisvesting plaatsvond en vernietigde het besluit van 1 juli 2019. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Raad van State bevestigt daarmee de rechtbankuitspraak, vernietigt het dwangsominvorderingsbesluit en herroept het uitstelbesluit, waarmee het college niet langer dwangsommen kan innen voor vermeende illegale huisvesting zonder bewijs van overtreding.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtbankuitspraak, vernietigt het dwangsominvorderingsbesluit en herroept het uitstelbesluit, waarbij het college niet langer dwangsommen kan innen voor illegale huisvesting zonder bewijs.