ECLI:NL:RVS:2019:3520
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 6 augustus 2019 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit op 26 september 2019 gegrond, vernietigde het en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te kennen.
Dit houdt in dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 17 oktober 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen totdat het hoger beroep is beslist.