ECLI:NL:RVS:2019:353
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat vorderingen huurtoeslag 2008 en 2009 niet zijn verjaard en verrekening rechtmatig is
De appellant verzocht om kwijtschelding van teruggevorderde huur- en zorgtoeslagbedragen over 2008-2011, maar de Belastingdienst verleende uitstel van betaling onder voorwaarden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de aangepaste terugvorderingsvoorwaarden ongegrond, stellende dat de vorderingen niet verjaard waren omdat de verjaring tijdig was gestuit door aanmaningen, verrekeningsbeschikkingen en dwangbevelen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de vorderingen voor 2008 en 2009 verjaard waren omdat het uitstelbesluit geen stuiting van verjaring zou inhouden en dat verrekening onrechtmatig was. De Raad van State oordeelde dat de verjaringstermijn inderdaad verlengd werd door het uitstelbesluit en dat de Belastingdienst de verjaring tijdig had gestuit met dwangbevelen en aanmaningen. Bovendien is tegen verrekeningsbeschikkingen geen bezwaar of beroep mogelijk, waardoor het beroep faalt.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank Limburg en wijzigt de motivering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak betreft de uitleg en toepassing van bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen omtrent verjaring en invordering van terugvorderingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd.