ECLI:NL:RVS:2019:3532
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor bedrijfsactiviteiten in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo legde op 6 juli 2018 een last onder dwangsom op aan verzoekster om de bedrijfsactiviteiten van haar cateringbedrijf op een perceel in Aadorp te staken omdat deze in strijd zijn met het bestemmingsplan. Verzoekster voerde bezwaar aan, dat door het college op 25 juni 2019 ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank haar beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Verzoekster stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 oktober 2019 en overwoog dat de last onder dwangsom zich niet richt op het gebruik van de keuken voor privédoeleinden, zoals verzoekster betoogde. De last betreft uitsluitend de bedrijfsactiviteiten die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Omdat het verzoek zich beperkte tot het schorsen van het gebruik van de keuken voor privédoeleinden, zag de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.B.M.J. van der Beek-Gillessen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 oktober 2019.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom werd afgewezen.